Perslucht: het onzichtbare systeem dat je productie maakt (of breekt)
Niet als alles lekker loopt. Dan is perslucht gewoon… aanwezig. Net zoals licht in de hal of wifi op kantoor. Je trekt een trekker over, een cilinder schuift uit, een machine blaast iets schoon, en niemand zegt: “Wat een geweldige perslucht vandaag.”
Totdat:
- een lijn ineens nét te traag wordt,
- er water uit een aftap komt (altijd op het verkeerde moment),
- of die compressor de hele dag klinkt alsof ‘ie ruzie heeft met zichzelf.
En dan begint het bekende spelletje: “We zetten de druk wel iets hoger.”
Klaar. Opgelost. Toch?
Nou ja… soms dus juist niet.
“Maar perslucht is toch gratis? Het is letterlijk lucht.”
Ja. Het is lucht.
Maar de grap is: je betaalt niet voor de lucht, je betaalt voor het samenpersen, het drogen, het filteren, het transporteren door je leidingnet én (de meest irritante) het weglekken.
En dat weglekken is vaak zó sneaky dat je het jarenlang normaliseert. Een klein sisje hier, een koppeling die “ooit nog wel” wordt vervangen daar, een slang die net te lang is en ergens langs schuurt.
Het voelt als kleinigheid. Tot je beseft dat perslucht geen eenmalige uitgave is. Het is een doorlopende energierekening.
Het echte probleem is zelden “de compressor”
Als je persluchtgedoe hebt, wijzen mensen bijna automatisch naar de compressor. Logisch, dat is het grote ding dat herrie maakt.
Maar in veel situaties zit het probleem in drie andere plekken:
1) Vraag die stiekem groter is geworden
Door de jaren heen komen er “tijdelijke” oplossingen bij:
- extra afblaaspunten
- extra machines op hetzelfde net
- een extra shift
- een extra slang “voor even”
En die “even” blijft dan drie jaar hangen. (Gebeurt overal.)
2) Drukval: je verliest druk vóórdat je bij de machine bent
Leidingwerk dat ooit prima was, is ineens krap. Filters raken vol. Bochten, aftakkingen, koppelingen — alles telt op.
Gevolg: de machine krijgt te weinig, dus gaat iemand de druk verhogen. En daarmee… maak je lekkages vaak erger en het energieverbruik hoger.
3) Kwaliteit: water/olie/vuil doet z’n eigen sabotage
Vocht in perslucht is zo’n probleem dat soms “seizoensgebonden” lijkt: in de herfst/winter ineens meer gedoe, in de zomer iets minder.
Als je processen gevoelig zijn (denk aan coating, instrumentlucht, verpakkingskwaliteit, spuitwerk of alles waar “schoon” serieus telt), dan wil je niet gokken.
Persluchtlekkage: het is nooit één groot lek
Bijna niemand heeft één gigantische scheur waar je een vinger in kunt steken. Het zijn meestal tientallen kleine.
Wat je vaak ziet:
- een koppeling die nét niet strak zit (en niemand wil de lijn stilzetten)
- een snelkoppeling die “altijd al zo doet”
- een ventiel dat blijft blazen
- een slang die ooit handig om een paal is gedraaid en daar langzaam beschadigt
En het pijnlijke: hoe drukker de werkvloer, hoe minder je het hoort. Het geluid verdwijnt in het achtergrondgeluid.
Dus als je perslucht serieus wil aanpakken, moet je het benaderen als onderhoudswerk: vinden, registreren, oplossen, checken, herhalen. Niet als een eenmalige “ronde”.
“Oké, maar waar begin ik dan zonder dat dit een project van 6 maanden wordt?”
Begin met één simpele check die verrassend veel blootlegt:
Wat doet je persluchtsysteem als er (bijna) niks draait?
- Tijdens pauze
- ’s avonds
- weekend
Als je compressor dan nog steeds vaak aanslaat, heb je bijna altijd “basisverbruik” dat je niet wil: lekkage, afblaaslucht, of processen die continu lucht pakken zonder noodzaak.
En dan kun je heel gericht gaan kijken. Niet overal tegelijk, maar per afdeling of per machinegroep.
Persluchtkwaliteit (ISO 8573-1 / EN 12021) zonder het saai te maken
Je hoeft echt niet meteen de normboeken erbij te pakken, maar dit is wél handig om te snappen:
- ISO 8573-1 gaat in de kern over hoe schoon/droog je perslucht is (deeltjes, water/dauwpunt, olie).
- EN 12021 komt om de hoek kijken als perslucht als ademlucht gebruikt wordt (veiligheid, gezondheid, aantoonbaarheid).
In gewone-mensen-taal:
als je perslucht gebruikt voor mensen of voor kwaliteitskritische processen, wil je kunnen zeggen: “Dit is gemeten en klopt.” Niet: “Volgens mij is het wel oké.”
Perslucht besparen zonder magie
- druk verlagen in kleine stapjes (niet in één klap)
- lekken fixen op volgorde van impact (niet op volgorde van wie het hardst klaagt)
- afblaaslucht vervangen waar het kan (want open blazen is vaak een energieslurper)
- filters/drogers checken alsof het je eigen portemonnee is (want verstopping = drukverlies = hogere drukinstelling)
En vooral: maak het “klein genoeg” om vol te houden. Perslucht is geen heroïsche éénmalige fix. Het is onderhoud.
Ants Perslucht: wanneer het wél slim is om hulp te pakken
Je kunt veel zelf, maar er komt een moment dat je denkt:
“Oké, we blijven aanklooien, of we pakken dit nu volwassen aan.”
Dan is het handig als iemand:
- lekken niet alleen vindt, maar ook in kaart brengt (waar, wat, prioriteit)
- inzicht geeft in waar de echte verspilling zit
- meedenkt over kwaliteit/keuringen als je normen of veiligheid hebt
- en vooral: helpt borgen, zodat je niet over 3 maanden weer terug bij af bent
Dat is precies het soort traject waar Ants Perslucht vaak voor wordt ingeschakeld: lekdetectie, kwaliteitsmetingen/keuringen, en optimalisatie van het persluchtsysteem.
“Moet ik meteen een nieuwe compressor?”
Meestal niet. Eerst snappen waar je verliest en waarom je druk omhoog moest.
“Waarom hebben we soms water in de leiding?”
Vaak droging/condensaatbeheer of een dauwpunt dat niet past bij je omstandigheden (of het systeem is vervuild/overbelast).
“Hoe weet ik of persluchtkwaliteit een issue is?”
Als je storingen, productafkeur, rare schommelingen of veiligheids-/audit-eisen hebt: dan wil je meten in plaats van raden.
.jpg)
%20(1).jpg)